Eerder heb ik in deze rubriek over het boek “De zoon van Den Dorpssmid” van Charles Krienen (1873-1945) geschreven. De verhalen in dat boek spelen zich af in het dorp Laag Keppel omstreeks het jaar 1900. Op dat verhaal kreeg ik afgelopen week een leuke reactie van “De dochter van de smid”.

Tot ver na de 2e Wereldoorlog is de naam Krienen verbonden gebleven met deze smederij. De twee vrijgezelle broers Gerrit en Derk Krienen runden nog vele jaren deze onderneming. Derk was de feitelijke smid en z’n wekelijks ritueel bestond o.a. uit een avondje kaarten bij tante Leen. Zij was de vrouw van Willem Krienen die in de Dorpsstraat woonde. Na 2 “afgetelde borreltjes” van tante Leen ging hij dan huiswaarts, maar kwam op de een of andere manier, niet zonder naar binnen te geraken, langs cafe “de Gouden Leeuw”. Eind vijftiger jaren besloten de broers Krienen de smederij te verkopen. Er werd een advertentie geplaatst in de krant van de “Smedenbond”, waar de in Maurik woonde Gijs Verkuijl op reageerde. Gijs had in 1933 aan de Militaire Hoefsmidschool te Amersfoort zijn diploma “Rijkshoefsmid” gehaald en was opzoek naar een eigen smederij. Zijn toenmalige baan beviel hem niet zo meer en zo kocht hij in 1959 de dorpssmederij in Laag Keppel.
Net als Krienen was de nieuwe smid “hofleverancier” van de baron en dat ging in die tijd nog allemaal op rekening en goed vertrouwen.
De foto van deze week laat de smederij zien met een aantal vrienden en familieleden van “Gijs de Smid”. De meeste inwoners wisten niet eens, dat z’n werkelijk naam Verkuijl was. De foto is gemaakt in 1977 ter gelegenheid van zijn 65e verjaardag.

Achterste rij v.l.n.r. Derk Roesink (postbode), Jan Winkelhorst (landbouwer), Jan Greven (schoenmaker), Henk van de Neer (politieagent), Derk Wiltink (landbouwer), Derk Maandag (buurman en timmerman), Reind Jolink (schoonzoon) en Geert Winkelhorst (landbouwer).
Voorste rij v.l.n.r. Grietje van Eldik-Verkuijl (zuster), Gijs Verkuijl (de smid), Dirkje Verkuijl (echtgenote) en Daantje Jolink-Verkuijl (dochter van de smid).

Door Fred Wolsink. Gepubliceerd in Weekblad Contact (6 maart 2007).