Naar de grote wereld.........
Vanuit Doesburg en Zutphen werd de wereld ontdekt en sommige Achterhoekers zagen kansen voor een betere toekomst voor hen zelf en hun nageslacht.
De oude Hessenwegen zijn onderdeel van een langdurig en historisch systeem van ontwikkeling voor de Achterhoek.

Oude paden en wegen: een cultuurhistorische typologie
Het wegennet in de Nederlanden van de zeventiende en achttiende eeuw bestond vrijwel alleen uit secundaire en tertiaire verbindingen. Ze dienden vrijwel allen een regionaal doel: het verbinden van dorpen. Uitzonderingen vormden de wegen die specifieke doelen dienden: de Hessenwegen, Hanzewegen en Koningswegen. Over deze oude wegen (vooral op de Veluwe) is in het verleden al het nodige geschreven. Het gaat dan altijd over de Hessenwegen en Koningswegen.

Hessenwegen
Aan het einde van de Middeleeuwen werd het handelsverkeer overgelaten aan beroepsvervoerders. Hessen in Duitsland werd voor de Nederlanden een zeer belangrijk afzetgebied. Het vervoer van de waren geschiedde in speciale Hessenwagens en –karren, die breder waren dan de gebruikelijke (boeren)wagens.
Vanaf circa 1600 ontstond een aantal hoofdverbindingen tussen Hessen en de Nederlanden. Aanvankelijk diende Antwerpen als eindbestemming, later ging Amsterdam een steeds belangrijkere rol spelen. De route naar Antwerpen liep over Keulen en Gennep dwars door Brabant. De noordelijke route liep via Zwolle over de Veluwe naar Amersfoort en verder naar Amsterdam. Vanuit Deventer liep een Hessenweg naar Duitsland. Er liep een route over de Zuid-Veluwe via Gendringen, Doesburg en Deelen naar Amersfoort. Deze route is vermoedelijk ontstaan na aanleg van een brug bij Doesbrug waardoor de route langs Deventer uit gebruik raakte. Deze zuidelijke route via Doesbrug werd verlegd naar Ede en Arnhem, toen ten zuiden van Arnhem een nieuwe schipbrug werd aangelegd. Vanaf Ede kende deze route enkele varianten naar Amersfoort (Fockema Andreae 1957). Leijden (1941) noemt de oude weg van Arnhem naar Deventer, via Loenen ten onrechte ook een Hessenweg.

De Hessenwegen waren in de 17e eeuw een zo normaal verschijnsel dat er in die tijd niet over geschreven werd. Gedurende deze periode werden er wel conventies opgesteld over de asbreedte van karren en wagens op de ‘gewone’ wegen boven de grote rivieren (in 1588 voor Holland, overgenomen door Gelderland en Utrecht in 1595 en 1643). De Hessenwagens en –karren mochten hiervan afwijken en hun eigen spoor behouden. Deze waren breder dan de gewone karren. De naam Hessenweg was behouden voor deze brede wegen. Er mocht toen wel een aantal nieuwe Hessenwegen worden aangelegd, zoals langs de Hierdense Beek en onder langs Arnhem via Westervoort.
Aan het einde van de 17e eeuw wordt de naam Hessenweg een officiële naam die ook in ambtelijke taal wordt gebezigd.
De Hessenwegen vormden een kronkelig spoor op de kaart. Waar de wegen onbruikbaar werden door plassen of zandverstuivingen, maakte de bestuurder er simpelweg een nieuw spoor omheen. De weg kon zo in de loop der tijd tientallen meters breed worden. Dit was tot ongenoegen van de boeren van aangrenzende gronden. Opvallend is dat de beschreven routes vrijwel altijd de kernen van stadjes en dorpen meden. Het verkeer trok van herberg naar herberg.

De aanleg van de (stoom)treinverbindingen deed het Hessenverkeer snel afnemen. In 1859 werd het einde van het Hessenverkeer vastgesteld. Omdat tijdens de 17e en 18e eeuw weinig over de Hessenwegen op schrift is gesteld, ging de betrouwbaarheid van de overleveringen op dit gebied snel achteruit. Geleidelijk werd de functie van Hessenweg aan meerdere brede karrensporen toegedicht. Menig dorp veranderde de naam van zo’n breed spoor in Hessenweg. Met name aan het einde van de 19e eeuw tot ver in de 20e eeuw is daardoor het aantal zogenaamde Hessenwegen sterk gestegen (Fockema Andreae 1957). Diverse auteurs vanaf ca. 1860 melden dat de Hessenwegen al uit prehistorische tijden stammen. Langs de wegen die nu bekend staan als Hessenweg, komen vondsten uit vroege tijden voor. Grafheuvels, urnenvelden en andere cultusplaatsen (Gazenbeek 1936, Kerkkamp 1966; Van der Pol 1995) langs de routes wijzen op een veel ouder gebruik dan voor het handelsverkeer van en naar Hessen. Ook de richting waarin sommige wegen zouden lopen, lijkt niet in overeenstemming met het goederenverkeer tussen Duitsland en de havenplaatsen van Holland. Dit pleit er dan ook voor de term Hessenweg uitsluitend te gebruiken voor de vanaf 1600 historisch gedocumenteerde lange afstandroutes vanuit midden-Duitsland (Fockema Andreae 1957).

Hanzewegen
Ouder dan de Hessenwegen zijn de Hanzewegen. Onder Hanzewegen worden de wegen verstaan die de oude Gelderse Hanzesteden met elkaar verbonden. Het zijn handelswegen met een regionale functie. Ze ontstonden aan het eind van de Middeleeuwen (vanaf 1400). Deze wegen volgen veelal de loop van de IJssel. Enkele lopen dwars over de Veluwe heen, van Arnhem naar Harderwijk, van Doesburg naar Harderwijk, Elburg en naar Zwolle. Opvallend is dat Leijden (1941) die deze wegen in kaart bracht, geen weg tussen Deventer en Zutphen aangeeft.Literatuur die de Hanzewegen beschrijft, is beperkt aanwezig.

Koningswegen
Van recenter datum zijn de Koningswegen. Ten tijde van Koning-stadhouder Willem III (eind zeventiende eeuw) werd op de Veluwe een aantal wegen aangelegd ten behoeve van de jachtactiviteiten van de koning. De wegen moesten zo recht mogelijk zijn en een bepaalde breedte hebben, zodat het jachtgezelschap zich met grote snelheden over de wegen konden begeven. De wegen meden de bewoonde kernen zoveel mogelijk.
Willem III verbleef regelmatig op het Hof te Dieren, van waaruit zich dan ook een Koningsweg noordwestwaarts begeeft. Deze weg is nog steeds op topografische kaarten aangegeven. Uiteindelijk heeft deze weg aansluiting op de Koningsweg die boven Arnhem (Schaarsbergen) en Ede loopt. Een deel van deze weg ten noorden van Rheden en Rozendaal is nu niet meer terug te vinden, maar staat wel op oude kaarten aangegeven. Leijden (1941) geeft deze verbinding ook aan. Vanuit Paleis het Loo hebben ook Koningswegen gelopen. Eén daarvan, liep vanaf het paleis zuidwaarts richting Arnhem (kasteel Doorwerth). Willem III liet een uitgebreid wegennet ten behoeve van de jacht aanleggen. Dat de betrokken grondeigenaren hierover misnoegd moeten zijn geweest, wordt duidelijk als na het overlijden van Willem III een aantal wegen weer onbruikbaar wordt gemaakt. Hoe groot het wegennet uiteindelijk geweest moet zijn, is daarom niet goed vast te stellen.
Pas in de negentiende eeuw ontstond een verhard wegennet. Koning Willem I achtte de aanleg en onderhoud van wegen in het belang van de eenwording van het Koninkrijk (Schmal 1984). In de periode tot 1850 zijn veel doorgaande wegen en verbindingswegen tussen belangrijke steden aangelegd en verhard. Daarna zijn er lange tijd vrijwel geen nieuwe wegen aangelegd.
Bron: internet (22 Alterra-rapport 193.doc)

Door Fred Wolsink. Gepubliceerd in Weekblad Contact (27 februari 2007).