Vrouwen, huwbare dochters en jonge dienstmaagden werden uit voorzorg verborgen gehouden, goud en andere kostbaarheden werden begraven en paarden en koeien werden naar dichte plekken in het bos geleid.
De schrik zat er goed in toen in november 1813 de Kozakken de oostgrens overstaken.
De Kozakken kwamen om ons land te bevrijden van de Fransen, maar hun reputatie als barbaarse woestelingen was hen al vooruit gegaloppeerd. Dat maakte dat ze niet bepaald met open armen werden ontvangen. Eenmaal in het brave Nederland stonden ze al gauw bekend als liederlijke, twee uur in de wind stinkende halfwilden.
Zuipschuiten waren het, rokkenjagers, veelvraten en vechtmachines. Nauwelijks een half jaar waren ze in ons land en niet eens met zovelen, maar de Kozakken op hun kittige steppepaardjes maakten zoveel in druk dat ze nog in talrijke volksverhalen figureren. Ze worden daarin steevast afgeschilderd als kruisingen van Rambo, Holle Bolle Gijs en de baardige duivel zelf, maar wie waren ze werkelijk?
Kozak werd al gauw tot scheldwoord, wat staat voor dom, ruw, gewelddadig en aanmatigend. In veel plaatsen in ons land worden nog verhalen doorverteld die gaan over de aanwezigheid van de Kozakken in Nederland. Zo ook langs de Hessenweg.

Slechte naam
Het zou goed kunnen, dat naarmate een verhaal vaker werd doorverteld, de wreedheden en andere misdragingen van de Kozakken steeds zwaarder werden aangezet. Het is opvallend dat er in authentieke documenten nauwelijks melding wordt gemaakt van misdragingen van de Kozakken. Er wordt positief geschreven over hun religiositeit, hun krijgsdiscipline en de voorkomendheid van hun officieren. De historicus S.P. Haak schrijft over de doortocht van de vele honderden Kozakken door Doetinchem: ‘Van overlast, aan de bevolking aangedaan, wordt nergens melding gemaakt, zodat de slechte naam dien de Russiche bevrijders gekregen hebben, allicht wel wat overdreven is’.
Mocht de doortocht in Doetinchem rustig zijn verlopen, de stad had wel ernstig te lijden van het verblijf van de grote aantallen geallieerde troepen. Met veel andere plaatsen in de Achterhoek ging Doetinchem zwaar gebukt onder de inkwartieringen en de gedwongen leveringen van stro, haver, brandstof etc. aan de troepen. Doetinchem moest vaak een beroep doen op de omliggende gemeenten om een bijdrage te leveren. Er zijn nog veel documenten die berichten over aangerichte schade. Alleen al in de gemeente Hummelo en Keppel werden 113 klachten geregistreerd. In een herberg werden bijvoorbeeld door de Kozakken 90 flessen jenever en 80 pond metworst ontvreemd.
Op enige afstand van Doetinchem, bij het plaatsje Langerak, is er sprake van een ernstiger incident. Het verhaal gaat althans, dat een boer daar een Kozak zou hebben doodgeschoten, omdat deze zijn buurvrouw wilde aanranden. Het valt niet mee om feit en fictie hier uit elkaar te houden. De specifieke plek van het voorval en de vele details pleiten voor de waarheid van het verhaal. De Kozakken zijn zeker in de buurt geweest. De Pruisen onder generaal Von Bülow hadden bij ’t Haverland een kampement en Kozakken lagen in Hoog-Keppel (nu de Kozakkenbult) en op de Braamberg in Drempt.
Kozakken hebben ook een rol gespeeld bij de bevrijding van Doesburg. Het ontzet van deze stad is goed gedocumenteerd. Zo weten we dat op 19 november een vijftigtal Kozakken voor de Meipoort verschijnt. De verdediging van Doesburg stelde niet veel voor en de reputatie van de Kozakken doet de rest. Even later slaan de Kozakken hun kampement op het kerkhof op. Niet voor lang, want de Franse commandant van de stad Arnhem zint het niet dat zo vlakbij een stad in handen is gevallen van een stelletje ongeregeld. Op 22 november vertrekt vanuit Arnhem een legermacht (waaronder veel Nederlandse mannen) richting Doesburg. Het duurt niet lang of de stad is weer in Franse handen. Op de bevolking, die inmiddels de bevrijdingsvlaggen heeft uitgestoken, wordt vreselijk wraak genomen door de inmiddels dronken troepen. De ontvluchte Kozakken worden door de Franse troepen achternagezeten tot aan Drempt. Verder dan die plaats komen ze niet, want een Pruisische legermacht drijft ze weer terug naar Doesburg en weet de stad definitief te bevrijden van de Franse overheersing.
Bron o.a.: Loek Kemming / Den Schaorpaol (2006-2)

Door Fred Wolsink. Gepubliceerd in Weekblad Contact (13 maart 2007).