Beeld ijzergieters in Hoog-Keppel

Al eeuwen is ijzerindustrie aanwezig in de Oude IJsselstreek. Reeds in 1689 werd bij Gaanderen een hoogoven gebouwd, die later als Rekhemse IJzermolen bekend is geworden. Deze hoogoven is in 1794 verplaatst naar Laag-Keppel aan de Oude IJssel tussen Doetinchem en Doesburg.

Hummelo, Laag-Keppel en Hoog-Keppel liggen in een heuvelachtig en bosrijk gebied, gevormd door de aanwezigheid van rivierduinen. De dorpen kennen dankzij hun ligging aan belangrijke doorgaande routes een lange geschiedenis. Een van de middelen van bestaan was de winning van ijzeroer, wat ter plaatse werd verwerkt in de ijzerindustrie. De Keppelsche IJzergieterij is tot de tweede helft van de 20e eeuw in werking geweest. Ter herinnering aan dit industrieel verleden is aan de Van Panhuysbrink in Hoog-Keppel een beeldje van twee ijzergieters geplaatst.
In Laag-Keppel is een Van der Hardt Abersonlaan. Deze naam, officieel toegekend bij raadsbesluit van 17 april 1957, is een hommage aan de familie die enige eeuwen lang als grootste werkgever in die gemeente fungeerde.
De naam van der Hardt Aberson is vele generaties met de gieterij verbonden geweest. In de archieven kwam ik o.a. de volgende 3 generaties tegen: Herman Anne van der Hardt Aberson, geboren te Doesburg op 8-11-1815, ijzerfabrikant en lid gemeenteraad van Hummelo en Keppel (1846), overleden te Laag Keppel op 5-6-1867;
Herman Anne Geerhard van der Hardt Aberson, geboren te Laag-Keppel op 10-12-1846, fabrikant, wethouder van Hummelo en Keppel, overleden te Laag-Keppel op 24-1-1923 en: Herman Anne van der Hardt Aberson, geboren te Laag Keppel op 4-12-1874, directeur Keppelsche IJzergieterij v/h van der Horst & Aberson, overleden te Laag Keppel op 3-1-1940.

Door Fred Wolsink. Gepubliceerd in Weekblad Contact (25 maart 2008).