Stelt u zich eens voor: de 18e eeuw. Pruiken zijn erg in de mode. Rijke Nederlandse kooplieden drijven handel met de kolonien. De gewone mensen, veelal boeren, zijn niet vrij, maar moeten werken op de landerijen van landheren en hereboeren, de grootgrondbezitters. De mensen werken hard, maar blijven arm. De Achterhoek heet niet voor niets Achterhoek. De wereld is groot. Zover je kijken kunt zijn er bossen, heidevelden en landerijen, met hier en daar een dorp zoals Aalten, Zelhem, Hummelo, Keppel en Drempt. Ver weg, aan de IJssel, liggen de steden Doesburg en Zutphen en deze plaatsen hebben een betere verbinding met het westen van Nederland. De IJssel verbindt deze agrarische streek wel met Holland, maar is tegelijk een hindernis. Het wiel is al lang geleden uitgevonden, maar goede wegen om op te rijden zijn er niet veel. Verkeer ter land is een moeizame zaak. De Oude IJssel, vanuit Duitsland via Doetinchem naar Doesburg, is nog onbevaarbaar.

Vanuit de diepe Middeleeuwen waren er wel de zgn. Hessenwegen wegen, die speciaal bestemd voor het zware vrachtvervoer vanuit Duitsland. Dit vervoer was in handen van Hessische voerlieden, die gebruik maakten van karren met een veel wijder spoor dan het Hollandse. Omdat de nederzettingen de landbouwgronden rond de dorpen niet wilde opofferen voor deze wegen, die vrij veel ruimte nodig hadden, passeerden zij deze meestal op vrij grote afstand.
In Bocholt voert de "Alte Aaltener Strasse" via de groene grens naar de "Romienendiek" onder de gemeente Aalten. Deze weg vervolgt zich via een eeuwen oude herberg "de Radstake" richting noorden. Voor Halle splitst deze weg zich in de Landstraat en de Aaltenseweg. De meest westelijke Landstraat gaat via Zelhem richting Hummelo en Keppel met uiteindelijk doel Doesburg.
De oude boerderijen staan vaak zo'n 50 tot 100 meter van de weg af, zodat met kon zien welke "gespuis" het erf op wilde lopen.
Soms waren de wegen in de Achterhoek zo slecht, dat er men de wat hogere gronden op moest zoeken “om de voeten droog te houden”, wat blijkt uit dit citaat:
Toen Prins Maurits in juli 1595 de belegering van Grol ter hand nam, waarvoor het materiaal uit Doesburg moest komen, bleek de gebruikelijke weg van Hummelo naar Zelhem zo nat en onbegaanbaar te zijn, dat de veldheer zich een andere weg naar Zelhem baande, de huidige Loenhorsterweg (door de Kruisbergsche bosschen).

Waar komt naam “De Zwaan” van de herberg weg?
Voordat de huisnummering werd ingevoerd, voorzagen de neringdoenden en ambachtslieden hun huis of bedrijf van uithangtekens en gevelstenen. In de middeleeuwen gebruikten logementhouders, stalhouders en herbergiers op postwegen vaak vaste symbolen die aangaven welke gasten bijzonder welkom waren om een glaasje te drinken en het nieuws uit hun plaats van herkomst te komen vertellen. “De Zwaan” is gerelateerd aan de Duitse plaats Kleve. Hotel “De Zwaan” maakte onderdeel uit van een omstreeks 1850 compleet netwerk van postkoetsen en wagendiensten in de Achterhoek. Dit net van bodediensten, karren en postkoetsen heeft het latere spoor- en tramwegnet bepaald. Want die railtrajecten zijn niet willekeurig gekozen; ze vervingen op een bepaald traject de overbelast geraakte bode of postkoets.

Drempt, Keppel en Hummelo hebben op 2 momenten in de geschiedenis de “trein gemist”
De eerste plannen voor een spoorlijn door de Achterhoek kwamen uit een onverwachte hoek: de Luitenant der Artillerie W.A. Bake maakte al in 1831 plannen voor een spoorlijn Amsterdam-Keulen. Bij de uitwerking van die ideeen waren 2 traces in beeld: 1 via Arnhem-Westervoort en 1 via Dieren-Doesburg-Doetinchem. Van deze plannen kwam echter niets terecht; men was niet bereid geld te investeren in wat Nederlands eerste spoorlijn moest worden. Dus DHK miste niet alleen de aanleg van de eerste spoorlijn in Nederland. Ook in latere jaren werd men niet rijkelijk bedeeld. De plaatsen Dieren en Doetinchem werden wel opgenomen als stations in het in snel tempo aangelegde netwerk van spoorwegen in de jaren na 1860. Het trace Dieren-Doesburg-Doetinchem moest genoegen nemen met een dilligence.
Vanaf het spoorstation in Dieren reed rond 1870 vier keer per dag een dilligence naar Doetinchem. Via Terborg ging 1 keer per dag een dilligence van Dieren door naar Gendringen en Dinxperlo.
De reistijden waren lang: Drie uur van Dieren naar Terborg, vier uur tot Gendringen.
Ook in de 2e plannen was er geen plaats voor een trein, maar moest men genoegen nemen met een stoomtram.
Vanaf 1885 liep er op de route langs “De Zwaan” de stoomtram van de Geldersche Stoomtram Maatschappij van Dieren en Doesburg naar Terborg (Later verlengd naar Gendringen en naar station Anholt-Isselburg). De eerste stoomtrams reden 15 tot 20 km/uur en waren daarmee twee keer zo snel als de diligence.
De komst van de trein en stoomtram bracht economische schade voor voerlieden, logementhouders en stalhouders, maar niet voor hotel “De Zwaan” deze werd immers “Tramstation” wat blijkt uit deze oude ansichtskaart uit 1900, die beschikbaar werd gesteld door Willem Hartemink.

Door Fred Wolsink. Gepubliceerd in Weekblad Contact (6 februari 2007).